Ziekten bij konijnen


Calcium tekort

Konijnen houden van lekker eten. Als je ze gemengd voer geeft, zullen ze vaak alleen de lekkerste dingen eruit pikken. Bikskorreltjes blijven soms liggen, terwijl daar juist veel calcium in zit. Krijgt je konijn te weinig calcium binnen, dan ontstaat er een tekort aan calcium in zijn bloed. Het konijnenlichaam zal dan calcium uit het kaakbot halen en dat veroorzaakt botontkalking, ook wel osteodystrofie genoemd. Als je konijn hiermee kampt, kunnen er afwijkingen in zijn gebit ontstaan. Kiezen kunnen losser in het kaakbot komen te zitten, waardoor ze een afwijkende stand krijgen. Hierdoor ontstaan haken op de kiezen, die de tong en wang kunnen beschadigen. Ook slijten de tanden niet meer mooi op elkaar af en worden ze te lang. Je konijn zal hierdoor moeilijker of helemaal niet meer kunnen eten. Met alle gevolgen van dien.

 

Te veel calcium

Een teveel aan calcium is ook weer niet goed, omdat hierdoor blaaszand of blaasstenen kunnen ontstaan. Daarom moet je ook geen knaagstenen aan konijnen geven. Hier zit namelijk veel te veel calcium in.

 

Geslachtsziekte bij konijnen.
Deze ziekte wordt vaak overgebracht door schijnbaar gezonde rammen. Het uit zich door korsten op de geslachtsopeningen. Een gevolg van een infectie kan zijn dat dieren niet drachtig willen worden. Tegen geslachtsziekte kunnen de dieren door de dierenarts worden behandeld. Dit kan met behulp van het middel Duplocilline of engemycine, een antibioticum dat vooral werkzaam is tegen syphilis bacteriën. Het middel moet onderhuids worden ingespoten.

Snot.
Snot wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella. Het kan zich op velerlei wijzen manifesteren. Uierontsteking is qua bacteriële infectie verwant aan snot. Als de jongen de besmetting overleven zullen ze de bacterie wel bij zich dragen. Tegen snot en longontsteking kan geënt worden met Cunivak Past of behandeld worden met doxycycline of oxytetracycline. De dierenarts zal vaak enrofloxoral geven (antibiotica die je 10 dagen moet geven) ook helpt het de weerstand te verbeteren door op een halve liter water 10-15 druppels echineaforce te doen.

Schurftmijt in oren of in de nek.
Schurftmijt in de nek is te herkennen aan de ‘roos’vorming op de huid; grote huidschilfers die tussen de haren zichtbaar zijn. De dieren kunnen er jeuk van krijgen. Bestrijding is mogelijk door een injectie met Ivomec of door Oramec door het drinkwater te mengen. Ook de huid goed natmaken met alcohol werkt goed. Schurftmijt in oren komt weinig voor. 


Dikke buikenziekte
Bij dikke buikenziekte functioneert de blinde darm niet goed meer. Het treedt vaak op bij snel groeiende dieren; de blinde darm kan dan de groei niet meer bijhouden. In de dikke darm wordt het vezelige voer verteerd. Een konijn kan gezien worden als een herkauwer zoals koeien en schapen. Bij herkauwen wordt het voer voor verteerd waarna de darmen in staat zijn om de voedingsmiddelen op te nemen. Het ‘herkauwen’ bij konijnen uit zich doordat het konijn slijmerige, onverteerde mestballen direct na het verlaten van het lichaam opeet. De slijmerige ballen passeren onaangetast de maag waarna in de darmen de eigenlijke vertering pas echt op gang komt. Doet hij dit niet dan kan de dikke darm onvoldoende functioneren en zal het voedsel dus niet verteren. Het dier produceert alleen maar slijm, zonder mest en de dikke darm raakt verstopt. Zieke dieren zijn te genezen met speciaal voer (met zinkbacitracine) dat op voorschrift van de dierenarts te verkrijgen is. Dit voer moet echter in zodanig grote hoeveelheden worden afgenomen dat de hobbyfokkerij er niet bij gebaat is (denk aan het aanmaken van entstof tegen NCD bij kippen; ook hiervoor zijn grote eenheden beschikbaar die bij aanschaf voor slechts enkele dieren erg duur zijn). De bacterie die dikke buikenziekte veroorzaakt is besmettelijk. Om deze bacterie te verwijderen moet het gehele hok goed worden schoongemaakt, inclusief voerbakken, en vervolgens uitgebrand en ontsmet.
 

Moerziekte.
Moerziekte is hetzelfde als slepende melkziekte. Hierbij heeft het dier dat net gejongd heeft een verkeerde energiebalans. Dit treedt met name op bij te vette dieren. Door de voedster direct na het jongen een zeer energierijk voer te geven kan het dier in de juiste energiebalans worden gebracht. Het voer kan hiervoor worden overgoten met wat roosvicée.
 

Kale neus, kale oren.
Dit is een uiting van een schimmelinfectie die overigens ook besmettelijk is voor de mens.
 

RHD (ook wel VHS genoemd).
Deze ziekte kan leiden tot zeer snel overlijden van besmette dieren. De kleine bloedvaten gaan hierbij lekken waardoor het dier (inwendig) doodbloedt. Jonge dieren zijn de eerste 8 weken van hun leven beschermd tegen deze ziekte. Daarna zijn ze er echter wel vatbaar voor. De meeste dieren die besmet raken, overlijden eraan. Slechts een klein percentage overleeft de besmetting. In zeer korte tijd kan een gehele stal besmet raken. Enting is mogelijk. De enting dient jaarlijks herhaald te worden. Tussentijds enten van jonge dieren is raadzaam. Er zijn 3 entstoffen bekend: Arvilap, cunical en dercunimyx. RHD is besmettelijk en wordt overgebracht door muggen maar ook wel door contact met besmette zaken zoals (groen)voer en de handen van de verzorger. Bij enting tegen RHD (en ook bij myxomatose) is het raadzaam om bij elk dier een schone naald te gebruiken omdat anders kans op overdracht bestaat.
 

Myxomatose.
Deze ziekte wordt overgebracht door muggen. Kenmerkende symptomen zijn zwellingen op de kop (rond ogen, neus en mond) die sterk kunnen etteren. Tegen myxomatose kunnen konijnen eveneens preventief worden geënt met lyomyxovax of dervaximyxo SG 33 of met dercunimyx. Deze enting kan worden gecombineerd met die tegen RHD.

Overdracht van ziekten door muggen treedt vooral op in perioden dat het buiten overdag nog lekker warm is maar ’s nachts al flink af kan koelen. Onder deze omstandigheden zoeken muggen een warme plek voor de nacht, ze zoeken dus de warmte van de dieren op en brengen vervolgens ziekten over.