Meerdere konijnen   
Nog steeds worden veel konijnen alleen gehouden, in een hok in de achtertuin. Maar met name in de wintermaanden krijgt een alleenstaand buitenkonijn niet veel aandacht van de eigenaar(s), en zit het dier 24 uur per dag een beetje eenzaam voor zich uit te kijken. Een konijn dat buiten woont heeft meer dan dringend behoefte aan aanspraak en afleiding. Konijnen zijn niet geschikt voor een eenzaam bestaan, immers wonen hun wilde soortgenoten in paartjes binnen een groep.

Gelukkig is de laatste jaren steeds meer begrip gekomen voor het feit dat konijnen zeer sociale dieren zijn en gezelschap nodig hebben. Steeds meer buiten konijnen krijgen nu een ruime woonplek en een soortgenoot om mee samen te leven.

In veel gevallen verhuist het konijn van achtertuin naar een plekje in huis. Binnenshuis vormt een konijn samen met het gezin een groep, en kan het eventueel solitair gehouden worden. Steeds meer mensen ontdekken hoe leuk en slim en levendig een konijn is wanneer je je er veel mee bemoeit. Maar een mens kan nooit de rol van konijn overnemen: twee konijnen wassen elkaar, slapen samen, eten samen, en houden elkaar gezelschap wanneer het gezin een dagje uit is. Ook een binnenshuis gehouden konijn heeft daarom graag een soortgenoot om zijn leven mee te delen.


Konijn erbij: kennismaken
Als je al een konijn hebt en je wilt het dier een maatje geven, kun je niet plompverloren een vreemd konijn erbij zetten, want dat wordt in de meeste gevallen vechten geblazen. Dat is logisch, een mens accepteert ook niet dat een wildvreemde zomaar de kamer binnen komt stappen, de stoel in beslag neemt en de tv aanzet. Voordat twee konijnen samen kunnen leven moeten ze eerst kennismaken, en uitvinden of ze elkaar aardig vinden.

Welke konijnen koppelen
Voor vriendschap tussen twee konijnen is het niet nodig dat ze van hetzelfde ras zijn. Een Vlaamse reus kan liefdevol samenleven met een dwergkonijn en een hangoor kan de grootste vrienden zijn met een rechtoor konijn. Wél is het beter om een volwassen konijn te koppelen aan een volwassen konijn. Dit heeft namelijk de meeste kans van slagen. De leeftijd speelt in feite geen rol; een tweejarig konijn kan bijv. met succes gekoppeld worden aan een konijn wat al vier jaar of ouder is.

Jonge konijntjes van 7-8 weken worden door een volwassen konijn óf niet geaccepteerd, óf ze worden onder de voet gelopen. Wanneer een volwassen konijn een jong konijntje wil berijden vanwege rangordebepaling, is dat teveel van het goede voor het tere jonge konijntje. Jonge konijntjes kunnen daarom beter met gaas gescheiden worden van een volwassen konijn en zo kennismaken terwijl ze nog wat doorgroeien totdat ze circa 10 weken oud zijn.


Jonge konijntjes
Jonge konijntjes kunnen tot de leeftijd van 3 maanden meestal probleemloos aan elkaar gekoppeld worden. Vanaf circa 3 maanden kunnen vooral bij mannetjes, ook bij broertjes, hormonen tot onderlinge gevechten gaan leiden. Bij vrouwtjes, ook zusjes, is de grootste kans op vechten op een leeftijd van 5-8 maanden, wanneer ze in de puberteit komen. Zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen zo hevig vechten dat dit voor één van de twee fataal afloopt.

Wanneer de jonge konijntjes elkaar ineens erg gaan najagen, of wanneer het ene konijntje zich ineens angstig opstelt t.o.v. het andere konijntje, is het de hoogste tijd om de diertjes gescheiden met grof gaas te zetten. Zo kunnen ze niet vechten maar houden wel optimaal contact. Optimaal contact is nodig om ze op een later tijdstip weer samen te kunnen zetten.


Castratie
Castratie van de konijnen is nodig om een einde te maken aan de hormonale agressie. Vrouwtjes zowel als mannetjes kunnen gecastreerd worden als ze 6 maanden oud zijn. Hebben ze nog niet gevochten, dan kunnen ze na castratie hun verdere leven goed samenwonen. Immers werd het vechten enkel veroorzaakt door opspelende hormonen. Konijnen die al hevig gevochten hebben, zullen ook na castratie niet meer samen kunnen wonen: ze vergeten de gevechten niet.

Mannetje en vrouwtje zullen niet gaan vechten maar zich vanaf 3-3,5 maand gaan voortplanten. De diertjes moeten daarom op de leeftijd van 3 maanden op de hiervoor beschreven manier gescheiden worden. Het mannetje kan gecastreerd worden wanneer hij 6 maanden oud is, en twee weken (14 dagen, niet eerder) na castratie is het mannetje niet vruchtbaar meer. De scheiding kan weggehaald worden en de konijnen kunnen weer samenwonen.

 

Oudere konijnen
Äls je een volgroeid konijn zoekt als maatje voor het konijn dat je al hebt, is de beste combinatie mannetje/vrouwtje, net zoals hun wilde soortgenoten leven. De moeilijkste combinatie is mannetje/mannetje of vrouwtje/vrouwtje. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen: er zijn konijnen die beter met een soortgenoot van het eigen geslacht overweg kunnen dan met een soortgenoot van het andere geslacht. Dit is van te voren niet goed in te schatten.

Het is beslist noodzakelijk dat een mannetje gecastreerd is voordat je gaat koppelen. Ook als je een gecastreerd vrouwtje hebt. Een ongecastreerd mannetje zal namelijk altijd maar aan één ding denken: voortplanten. Een gecastreerd vrouwtje heeft hier geen zin in en dit kan grote irritatie geven, wat niet bevorderlijk is voor hun relatie.

 

Voorbereidingen
Voordat je op zoek gaat naar een tweede konijn moet er een tijdelijke tweede kooi (in huis) komen. Het beste kunnen de twee kooien op een neutrale plek naast elkaar geplaatst worden. Onder een neutrale plek wordt verstaan een plek in huis waar je eigen konijn nog nooit is geweest en waardoor hij/zij dus ook geen territoriaal gedrag zal ontwikkelen ten opzichte van het nieuwe konijn. Omdat koppelen stress kan geven is het van belang dat beide konijnen gezond zijn.

 

De kennismaking 
Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, kun je het beste je konijn meenemen (naar asiel of particulier) als je een maatje gaat zoeken. De dieren kunnen dan eerst in een ren kennismaken en dan blijkt al snel of het wel of niet klikt. In een asiel kun je verschillende combinaties uitproberen.
Konijnen die onverschillig doen en elkaar de rug toedraaien, vertrouwen elkaar. Dit kan een goede combinatie worden. Konijnen die elkaar nieuwsgierig besnuffelen met de oren naar voren vinden elkaar ook wel leuk. Gaan de oren echter naar achteren en het staartje omhoog, dan vertrouwen ze elkaar niet. Wees dan alert om in te grijpen en ze te scheiden als het fout gaat. Vliegen ze elkaar onmiddellijk aan, dan is dit geen goede combinatie, onmiddellijk scheiden is geboden.


Het koppelen
Nu je konijn een geschikt maatje heeft uitgezocht, kan het koppelen thuis gaan beginnen. De ontmoeting thuis zal bij elk konijn verschillend verlopen. Het eigen konijn zal een nieuw konijn in huis toch vreemd vinden. Er kan dus gevochten worden om zijn positie in huis te behouden. Ook onverschillig gedrag en weldra elkaar wassen is een mogelijkheid. Het laatste is natuurlijk het mooist.
Laat thuisgekomen de konijnen niet loslopen, maar laat ze eerst in een kooi verder aan elkaar wennen. Zet de kooien met iets tussenruimte naast elkaar, zodat de dieren elkaar niet door de tralies heen kunnen bijten, en zet ze verhoogd. Geef het voer  zo dicht mogelijk bij de andere kooi, zo zijn de dieren verplicht sociaal gedrag te vertonen door dicht bij elkaar te eten. Laat de konijnen elke dag van kooi verwisselen, zodat ze leren in elkaars lucht te leven. Na een paar dagen kan het echte koppelen beginnen.


Neutrale plek
De koppeling vindt plaats in een kleine, neutrale en zoveel mogelijk lege ruimte (circa 2 bij 3 meter), er mogen geen obstakels zijn  waar de konijnen in, achter of onder kunnen schieten. In het midden staat een kartonnen doos, waar de konijnen omheen kunnen lopen, om even uit elkaars gezichtsveld te verdwijnen indien nodig.
Neemt een konijn een dreigende houding aan (oren schuin naar achteren, staartje omhoog) duw het dan weg terwijl je rustig praat. Een gevecht moet te allen tijde voorkomen worden, de dieren moeten een goede herinnering aan hun samenzijn hebben.


Protocols
Begint het ene konijn te rijden en laat de ander dat toe, dan kun je dat even laten begaan. Duurt het te lang of gebeurt het te vaak, leid het konijn door aaien dan van het rijden af en duw het zachtjes opzij. Verbied het niet helemaal want het rijden is belangrijk omdat hiermee in de konijnenwereld de dominantie wordt bepaald. Rijdt het konijn op de kop van de ander, dan kan het andere konijn in de geslachtsdelen bijten, wees hierop alert! Duw het rijdende konijn weg.

Wil het andere konijn niet bereden worden en rent het weg, leid dan het andere konijn met aaien af.

Wil het ene konijn rijden en draait het andere konijn zich om en wil het vechten, scheid de dieren dan en laat ze, met gaas gescheiden en vrij lopend, nog een paar dagen verder kennismaken.
Als de konijnen door het gaas nieuwsgierig naar elkaar doen, kun je ze na een paar dagen weer bij elkaar zetten. Een achtervolging waarbij wat plukjes haar loskomen kun je toelaten. Draaien de konijnen echter om elkaar heen en vechten ze al trappend naar elkaars buik, dan moeten ze direct gescheiden worden, en dan kun je deze combinatie vergeten. Je zult op zoek moeten gaan naar een ander maatje voor je konijn.
 Als het goed gaat met de twee konijnen kunnen ze, afhankelijk van de situatie, 5 tot 15 minuten samen los lopen. Liggen ze relaxt in elkaars aanwezigheid, dan kun je ze langer bij elkaar laten. Is er achterdocht en daarmee risico op vechten dan kan het nodig zijn de konijnen slechts 2 minuten bij elkaar te laten. Geef ze niet de kans om te gaan vechten maar zet ze snel weer apart. Hiermee kweek je een goede niet-vecht herinnering en gaan de konijnen elkaar vertrouwen.
Het is het beste in de koppelperiode dagelijks 1-2 maal de konijnen bij elkaar te zetten. Laat geen van beide konijnen loslopen, tenzij ze samen op een neutrale plek zijn. Hiermee leren ze dat ze alleen maar vrij mogen lopen in elkaars gezelschap. Geef ze in het midden van de ruimte een bergje hooi waar ze samen van kunnen eten.
Verloopt de koppeling goed, dan kun je de konijnen steeds langer samen laten en hun loopruimte gaan vergroten.


Samenwonen
Het is niet aan te raden om de konijnen al snel samen in een dichte kooi te zetten.Veel konijnen zijn de beste vrienden maar willen toch altijd een eigen plekje, en willen de kooi niet delen. De meeste gevechten ontstaan dan ook in een dichte kooi of dicht hok. Net zoals bij mensen gebeurt, ontstaan tussen konijnen ook irritaties en op die momenten moeten ze elkaar even kunnen ontlopen. Laat ze samen vrij lopen maar geef ze allebei een eigen kooi. Laat ze pas samen wonen (in de grootste maat kooi!) wanneer je ziet dat ze vaak bij elkaar in een kooi kruipen omdat ze daar zelf voor kiezen. Geef ze ook dan de mogelijkheid vrij in en uit de kooi te gaan, desnoods door middel van een rennetje rond de kooi als je niet wilt dat ze steeds door de hele kamer lopen.

Wat te doen bij overlijden?
Ook voor konijnen breekt een verdrietige periode aan wanneer een van de konijnen komt te overlijden. Het achterblijvende konijn zal zijn maatje missen. Het is van belang dat je het konijn afscheid laat nemen van het overleden maatje anders zal hij niet snappen waar de ander is en zal blijven zoeken en wachten. Laat het gestorven konijn een poosje bij het maatje liggen, zodat het diertje begrijpt dat het maatje niet meer terugkomt en afscheid kan nemen. Het ene konijn is daar snel klaar mee en hupt weg om hooi te gaan eten, het andere konijn blijft uren bij het dode maatje zitten of gaat er zelfs op liggen, geeft het likjes.

Vaak kwijnt een konijn weg als het maatje overleden is, voor het overgebleven dier is het het beste dat je zo snel mogelijk op zoek gaat naar een nieuw maatje. Intussen kun je een buitenkonijn, wanneer niet snel een ander maatje kan worden gegeven, beter binnenshuis halen zodat hij extra aandacht kan krijgen. Totdat er een nieuw maatje is gevonden kan een stoffen knuffelbeest als gezelschap aan het dier gegeven worden om tijdelijk de eenzaamheid wat te verlichten, dat helpt vaak een stuk.